De Kleine Leeuwarder Napoleon

Merkwaardige taal

(deze pagina is bijgewerkt op 13 augustus 2018)


url



1 Zoek de fout
2 plurale tanta
3 bedaarlijk, nozel en besuisd
4 knikkebollen en kokhalzen
5 de missende tussen-n
6 ‘uit’ - woorden met 2 betekenissen
7 als de ph geen f is





1. Zoek de fout in dit boekomslag

url
Bekijk dit omslag eens goed en probeer er achter te komen wat er niet klopt.
Het wonderlijke is dat de corrector het niet heeft gezien, de drukker niet, en tientallen boekhandelaren en boekrecensenten ook niet. Professor Marten Pickering, taalpsycholoog, schijnt te weten hoe dat komt. U bent een knappert als u het ziet voor u de oplossing (op zijn kop) leest.
Pasted Graphic












2. Pluralia tantum (dat blijkt namelijk het meervoud te zijn van plurale tantum)
Een plurale tantum is een woord dat alleen in de meervoudsvorm voorkomt., zoals hersenen. Maar het is best grappig om je een plurale tantum in het enkelvoud voor te stellen. Ik ben begonnen met een verzameling. Voor aanvullingen sta ik graag open

  • een hurk (hij zat op een van zijn hurken)
  • een lurf (ik pakte hem bij een lurf)
  • één woelige baar (bij een overigens rustige zee)
  • één notuul. (één letter?)
  • Middeleeuw (hmm…)
  • klad (ik greep hem bij een van zijn kladden)
  • een paperas (zal wel een enkel papiertje zijn?)
  • invoerrecht (het recht om iets in te voeren?)
  • één luur (dat je iemand niet in meerdere luren legt, maar dat je zo vriendelijk bent om het bij één luur te laten…)
  • een wat (als je uit een zak watten één wat pakt. Grappig is dat we wel het woord 'watje' kennen, maar niet één grotere wat)
(De laatste 5 dank ik aan internet onder de zoekterm 'plurale tantum')

en -
met dank aan site bezoeker Leonardo Pisano:
  • financie
  • mazel (alvast één mazel aan het begin van de ziekte)
  • pok (alvast één pok, aan het begin van de ziekte)
  • ingewand.
  • aanstalt (die je alvast gaat maken, straks worden het er meer)
  • en dan zijn er nogal wat bergen zoals een alp, een apenijn of een karpaat

en verder
  • een kapsoon. (Bij vervelende mensen is 1 kapsoon vaak al méér dan genoeg)
  • één barrebiesje (geen idee eigenlijk wat dat is. Je kunt er wel heen gaan maar dan moeten het er meer zijn)
  • Eén lauwer (op 1 lauwer kun je slecht rusten, daar zijn meer voor nodig)
  • Een smies (bij gebrek aan meerdere smiezen - waar je het in kunt hebben)

en met dank aan site bezoeker Pier Anne de Jong
  • inkomst (als eerst verdiende loon, of misschien ook wel het enige geld dat je per maand ontvangt.)

en helaas vond ik op internet een lijst van pluralia tantum, en daardoor is het ineens wat minder leuk geworden om ze zelf te zoeken. Wel een beetje flauw om daar alleen de Azoren en de Balearen in te zetten, want dan kun je nog wel even doorgaan met Alpen, Pyreneeën, Karpaten of de Ardennen.
Kortom: de aardigheid is er nu een beetje af. Maar niet getreurd, er blijven nog genoeg leuke taal-eigenaardigheden over. zoals:





3. Bedaarlijk, nozel en besuisd
Heel Vreemd.... Als er ‘on’ voor staat betekent een woord in het algemeen het omgekeerde. Zoals ‘terecht’ en ‘onterecht’. Maar wat moet je dan met de volgende begrippen:

  • afscheidelijk (afscheidelijke vrienden)
  • bedaarlijk (we hebben bedaarlijk gelachen)
  • beholpen (zijn optreden oogde zeer beholpen)
  • behouwen (een nette vent)
  • benullig (meneer maakte een zeer benullige indruk)
  • beschoft (een beschofte manier van doen, dwz heel keurig)
  • besproken (een Limburgse wethouder van besproken gedrag)
  • besuisd (dus bezonken?)
  • berispelijk (dat is dus niet best)
  • bekommerd (ook wel om je zorgen over te maken)
  • doorgrondelijk (een open boek) (Zijn gezicht had een doorgrondelijke uitdrukking...)
  • gans (Hij at zich gans, dus er kon nog wat bij)
  • geëvenaard (die dieselmotoren van Volkswagen zijn geëvenaard schoon)
  • gehoord (zoals het hoort)
  • gelooflijk (het was een gelooflijk verhaal)
  • genaakbaar (hmm tja wat is dat nou weer?)
  • gezouten (iemand gezouten de waarheid zeggen: heel tactvol dus)
  • gerept (wat de natuur dus niet is)
  • hebbelijk (in je neus peuteren is geen hebbelijke gewoonte)
  • heus (iemand heus bejegenen)
  • kreukbaar (een kreukbare wethouder uit Limburg)
  • losmakelijk (zaken die weinig met elkaar te maken hebben. De PVDA is losmakelijk verbonden met de fruitteelt)
  • navolgbaar (dat kan ieder ander ook, dus)
  • noemelijk (de noemelijke rijkdom van dokter de Jong)
  • nozel (slim)
  • omstotelijk (is kennelijk nog wat onzeker)
  • omwonden (tamelijk vaag)
  • stuimig (zeer stabiel (het weer) )
  • stuitbaar (schoolhoofden hebben een stuitbaar verlangen naar onderwijsvernieuwing)
  • tegenzeggelijk (twijfelachtig)
  • troostbaar (mijn vrouw (doorgaans))
  • uitroeibaar (zoals een vooroordeel)
  • uitstaanbaar (een heel prettige collega)
  • verdroten (gauw de moed opgevend)
  • verhoeds (zodat je meteen doorhebt wat ie bedoelt)
  • verschrokken (laf)
  • vervaard (idem. Dat ben je trouwens niet voor een kleintje...)
  • verschillig (de Vara)
  • verbrekelijk (het is ergens verbrekelijk mee verbonden)
  • verkwikkelijk (deze verkwikkelijke zaak maakte dat hij voor een volgende termijn benoemd werd)
  • verbeterlijk (Glukkig was hij een verbeterlijke dronkaard)
  • verbiddelijk (zijn verbiddelijke handelswijze maakte hem onbetrouwbaar)
  • verwijld (morgen is vroeg genoeg)
  • volprezen (nu echt genoeg geprezen! Nou moet je ècht ophouden zeg!)


maarrrr, heel merkwaardig!: guur en onguur is het zelfde!




4. Knikkebollen en kokhalzen
Er is in het Nederlands iets vreemd aan de hand al het gaat om activiteiten die met lichaamsdelen te maken hebben. Het schijnt dan ineens nodig te zijn om de woordvolgorde om te keren. Heel wonderlijk. Juist ook omdat sommige voor de hand liggende voorbeelden dat nou juist niet doen. Hieronder voorbeelden
Voor aanvullingen sta ik open: ptkraft - apenstaartje- xs4all punt nl
url


▪ klappertanden is natuurlijk eigenlijk tandklapperen
▪ knarsetanden = tandknarsen
▪ watertanden = tandwateren
▪ knikkebollen = bolknikken
▪ knipogen = oogknippen
▪ kokhalzen = halskokkelen
▪ kwispelstaarten = staart-kwispelen
▪ likkebaarden = baardlikken
▪ reikhalzen = halsreiken
▪ schokschouderen = schouderschokken
▪ schuddebuiken = buikschudden
▪ schuimbekken = bekschuimen
▪ trekkebenen = beentrekken
▪ schoorvoeten = voetschoren (met je voeten een beetje schoren )
▪ stampvoeten = voetstampen
▪ klapwieken = natuurlijk eigenlijk wiek-klappen

maar vingertrommelen heet bijvoorbeeld niet ‘trommelvingeren”
waarom eigenlijk niet? Wat is er mis met trommelvingeren?
En neuspeuteren dan? Waarom mag dat dat niet ‘peuterneuzen’ heten?
Zieltogend is trouwens ook niet ‘toogzielend’... Gek eigenlijk....



5. De ontbrekende tussen-n
url
De ‘nieuwe’ spelling heeft op de raarste plaatsen een zogenaamde tussen-n geboden, zoals in ‘pannenkoek’ en ‘kippensoep’. Des te vreemder dat de Taalcommissie daarbij een aantal woorden over het hoofd heeft gezien. Hier zijn wat voorbeelden daarvan

  • afhankenlijk
  • allenmaal
  • allenmansvriend
  • apengapen
  • bakkenleien
  • bakkenliet
  • bedenlaar
  • billenkoek
  • boerdenrij
  • bollenboos
  • bonnenfooi
  • boordenvol
  • buitenling
  • buitenling
  • duikenlaar
  • eindenloos
  • ellenboog
  • flierenfluiter
  • fluitenkruid
  • hagendis
  • hartendief
  • hartenloos
  • habbenkrats
  • hazenlip
  • hittengolf
  • hobbenzak
  • horlenpiep
  • hotenmetoot
  • Jan Boezenroen
  • jokkenbrok
  • lompenrik
  • kalenbas
  • karenkiet
  • karnenmelk
  • kattenpis
  • klakkenloos
  • klassenment
  • koekenbakker
  • kolerenlijder
  • koninginnensoep
  • makenlaar
  • mallenmoer
  • mallenmolen
  • medendogen
  • modenkoning
  • mondenling
  • nachtengaal
  • nodenloos
  • oelenwapper
  • onafscheidenlijk
  • ooienvaar
  • paarlenmoer
  • peulenschil
  • pierenbad
  • pierenwaaien
  • sikkenpit
  • smakenlijk
  • smokkenlaar
  • troostenloos
  • turenluurs
  • verrenkijker
  • viezenrik
  • vriendelijk
  • wassenrij
  • werkenloos
  • zondenval
  • zonnenbloem
  • zonnenbril
  • zonnensteek
  • zuigenling





Pasted Graphic 1
6. Uit-woorden met 2 betekenissen

  • uitgeademd (uw overleden buurman)
  • uitgebreid (oma, die zojuist is gestorven en nooit meer breien zal)
  • uitgebalanceerd (Vestibuloloog met pensioen)
  • uitgebeend (iemand die boos de woonkamer verlaat maar zich op de gang bedenkt)
  • uitgeblonken (dooie briljante student)
  • uitgedacht (Albert Einstein)
  • uitgedokterd (dokter met pensioen)
  • Uitgedrukt (een week na buikgriep)
  • uitgegeven (sinterklaas op 7 december)
  • uitgegleden (11 stedentochtrijder bij aankomst)
  • uitgehaald (ik blijf niet halen, zeg)
  • uitgehoord (je publiek na je lezing)
  • uitgekakt (je hond)
  • uitgekeken (na het laatste journaal naar bed gaan)
  • uitgekiend (overleden bejaarde)
  • uitgekookt (je dooie oma weer)
  • uitgekotst (dooie baby of student twee dagen na feestje)
  • Uitgelekt (gerepareerde kraan)
  • uitgeleverd (Failliete leverancier)
  • uitgelicht (gewichtheffer met pensioen)
  • uitgelopen (Ethiopiër met gebroken been)
  • uitgemolken (boer om 11 uur s avonds)
  • uitgeput (Golfspeler na de laatste hole, (met dank aan sitebezoeker Pier Anne de Jong)
  • uitgerekend (je wiskunde leraar die zojuist is overleden)
  • uitgeroeid (afgestudeerde Groninger student)
  • uitgerookt (mijn zwager Jan)
  • uitgeschakeld (elektriciën met pensioen)
  • uitgeschreven (Annie MG Schmidt)
  • uitgeslapen (man die na een week uit coma wakker wordt)
  • uitgesneden (de slager om 6 uur)
  • uitgesproken (ik nog lang niet)
  • uitgespuugd (die dooie baby weer)
  • uitgestorven (dat kan namelijk een tijd duren, dat sterven)
  • uitgeteerd (dooie dakdekker) (met dank aan sitebezoeker Pier Anne de Jong)
  • uitgeteld (bankemployee na zessen)
  • uitgetrokken (student die zojuist getrouwd is)
  • uitgevallen (persoon met nieuwe heup)
  • uitgevaren (gepensioneerde zeeman)
  • uitgevlogen (dooie vogel)
  • uitgewerkt (ik)
  • uitgewoond (opa en oma)
  • uitgezeten (voormalig boef)
  • Uitgezogen (voldane baby aan lege borst) (met dank aan sitebezoeker Pier Anne de Jong)
  • uitgezonden (de missionaris die terugkeert naar Nederland, nu klaar met zenden)
  • uitgezwaaid (de moeders die hun kinderen op schoolreisje hebben gestuurd )


7. Als de ph geen f is. (in kleine letters de naam van de bedenker)


  • doophemd (Pier Anne de Jong)
  • dopheide
  • dophoed (Pier Anne de Jong)
  • flaphoed (Francien Duifhuis)
  • heuphoogte (Pier Anne de Jong)
  • hulphond
  • kaphout (Francien Duifhuis)
  • kemphaan
  • klomphengel
  • kluphuis (twijfelachtig, maar ja)
  • koophuis
  • kophalsromp boerderij
  • lamphouder
  • loophengel
  • ophaalbrug (Francien Duifhuis)
  • ophef (Francien Duifhuis)
  • ophopen (Pier Anne de Jong)
  • pomphouder (Francien Duifhuis)
  • schaapherder
  • Schiphol
  • slaaphut
  • sloophamer
  • sloophuis (Francien Duifhuis)
  • sloophout (Francien Duifhuis)
  • sokophouder (Francien Duifhuis)
  • Staphorst
  • stophaak (Karel van der Wal)
  • stophoest
  • stripheld
  • tophit
  • tophypotheek
  • traphek / klaphek
  • werphengel
  • zeephouder (Francien Duifhuis)


en dan natuurlijk een hele deelverzameling 'op' woorden, zoals daar zijn


  • ophalen
  • ophangen
  • ophelderen
  • ophemelen
  • ophijsen
  • ophouden
  • ophopen
  • ophogen