De Kleine Leeuwarder Napoleon

Wim Muntjewerff

Pasted Graphic
In Memoriam: Wim Muntjewerff. 1998

Na een ziekbed van een half jaar is op 2 januari Wim Muntjewerff overleden. Ik ben daarover verdrietig. Hij was pas 64 jaar en ging twee jaar geleden met de VUT. Ik gedenk een man die mij met wijsheid en bedachtzaamheid het vak heeft geleerd. Wim is ruim 25 jaar als audioloog verbonden geweest aan het Audiologisch Instituut in Groningen. Het grootste deel van die tijd naast Roel Ritsma die daar toen hoogleraar was. De laatste jaren voor zijn pensioen naast hoogleraar Hero Wit. Wim was een man die antwoord gaf door vragen te stellen. Op mij had dat een sturend effect. “Oh...., denk jij dan van niet?” kon ik wel eens vragen, als ik iets gezegd had waarop ik een kritische vraag terug kreeg. En dan zei Wim “Dat zei ik niet, ik vroeg slechts....”

Wim leerde mij in ‘82 hoe de audioloog spraak-audiometrie doet: “Kijk jongen, die Leidse PB lijsten die moeten eigenlijk per 20 woorden worden afgenomen. En dat moet iedereen in huis dan ook dóén, want waar blijven we als iedereen zijn eigen criteria heeft?”. “Maar de audioloog kan daar natuurlijk wèl van afwijken”, zei hij er bij. “Een audioloog heeft om zo te zeggen aan een half woord genoeg en een spraakaudiogram is voor hem meestal een bevestiging van wat hij al dacht”.

Wim leerde mij niet alleen hoe je moest audiometreren, maar ook wat een audioloog was. Hij maakte mij het onzegbare duidelijk. Wim is van ‘80 tot ‘82 (ad interim) directeur geweest van het AC Friesland. Toen het ACF in ‘80 in grote problemen kwam o.a. door het wegvallen van de directeur, was Wim direct bereid in Leeuwarden, ad interim, de leiding op zich te nemen. Zoals hij dat een paar jaar daarvoor met succes ook in Zwolle gedaan had.

Maar afgezien van zijn loyale bereidwilligheid hiertoe was Wim eigenlijk liever ‘tweede man’. In die rol was hij gelukkig. Hij zei mij eens over zijn relatie met Roel Ritsma in Groningen: “Ik vind het prima, jongen, om de tweede man te zijn, dan kan ik de speldeprikken uitdelen en dan neemt Roel de beslissingen”. Daarom lagen Wim en ik elkaar ook goed. Ik bewonderde Wim om zijn wijze bedachtzaamheid. Anderzijds denk ik eerlijk gezegd, dat Wim weliswaar ietwat geamuseerd, maar toch zeker niet zonder zeker respect keek naar mijn ‘recht voor zijn raap’ manier van ondernemen en vlot beslissingen nemen. Zelfs hoewel ik daardoor per ongeluk regelmatig mensen enorm voor het hoofd kon stoten. En dan was daar vaak weer Wim met een bescheiden vraag of ik soms.....

Toen ik in ‘94 het boekje ‘Over Horen‘ geschreven had kreeg ik een brief van hem met daarin “ik had niet gedacht dat je tot zo’n evenwichtig werkje in staat zou zijn”. Nou moe....
Toch vond ik het het mooiste compliment dat ik in die dagen gekregen heb.
Ik zal nog vaak terugdenken aan deze wijze, aimabele man van wie ik zoveel geleerd heb. Ik weet dat ik namens alle collega’s spreek als ik zijn vrouw Max en de kinderen heel veel sterkte wens om dit verlies te dragen.

Leeuwarden, januari 1998, Peter Kraft