De Kleine Leeuwarder Napoleon



Pasted Graphic 1Pasted Graphic 2
Pasted Graphic


(deze pagina is geplaast op 19 januari 2021)


bron  Los Angeles Times 17 januari 2021
RICHARD CROMELIN, ALEX WIGGLESWORTH, RICHARD WINTON
JAN. 17, 20219:13 AM UPDATED11:12 AM
Vertaling: Google Translate meteen beetje hulp van Peter Kraft

_____________________________________________

Phil Spector, de visionaire platenproducent die begin jaren zestig een revolutie teweegbracht in de popmuziek met zijn majestueuze geluid en felle ambitie, maar die zijn laatste jaren achter de tralies doorbracht nadat hij een aanstaande actrice in zijn Alhambraachtige -landhuis had neergeschoten en vermoord, is overleden in een ziekenhuis. Hij was 81.

Spector stierf zaterdag een natuurlijke dood, zei de Californische reclassering (het
California Department of Corrections and Rehabilitation). De patholoog-anatoom in het politie-kantoor van San Joaquin County zal zijn dood onderzoeken, zei de afdeling.
Voordat hij naar een ziekenhuis werd overgebracht, was Spector opgenomen in het gevangenis-ziekenhuis
California Health Care Facility in Stockton, liet de afdeling weten.
De exacte doodsoorzaak is niet bekendgemaakt. Maar de gevangenissen in Californië zijn zwaar getroffen door COVID-19 en bevinden zich midden in een nieuwe golf. Sinds 25 december (2020) zijn minstens 46 gevangenenoverleden aan COVID-19, alsmede twee personeelsleden. Onder die 46 overledenen wasook een van Amerika's meest zware seriemoordenaars, Samuel Little. Volgens de reclassering zijn meer dan 160 mensen in gevangenissen omgekomen door oorzaken die aan COVID-19 worden toegeschreven, met bijna 44.000 geïnfecteerden.

Bekend om zijn manische gedrag en zijn voorliefde voor vuurwapens, werd Spector in 2003 gearresteerd bij de moord op Lana Clarkson, zo'n 40 jaar na zijn gloriedagen toen hij hits creëerde als van de Ronettes 'Be My Baby 'en van de Righteous Brothers 'You've Lost That Lovin' Feeling’.
De daaropvolgende processen wegens moord van Spector lieten de grillige stemmingswisselingen van de producent zien, de donkere depressie en het isolement van een tak van beroep die hij ooit leek te beheersen. Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf. Ontdaan van zijn flamboyantie en het kwastje donker haar, leek hij op gevangenisfoto's gewoon een andere bejaarde te zijn - een kalende man met een paar gehoorapparaten.
Maar in zijn beste jaren was Spector onbezonnen, gedreven en evenzeer een ster als de artiesten die hij produceerde. Hij haalde daarmee 14 keer de Top 10 tussen 1958 en 1965; hij creëerde een kenmerkende geluidsawine in de studio die bekend staat als ’the Wall of Sound’ en herschikte -plaat na plaat - het landschap van de populaire muziek.
In de studio bracht Spector popmuziek uit het begin van de jaren zestig tot nieuw leven en hij creëerde een geluid dat generaties lang het maken van platen zou beïnvloeden alsook de muziek van acts als de Beach Boys, Bruce Springsteen, de Beatles, de Rolling Stones en David Bowie.

Hoewel Spector weinig energie meer leek te hebben toen zijn eerste hit-tijdperk eindigde rond 1966, keerde hij in 1970 uit afzondering terug om samen te werken met de Beatles, solowerken te produceren van John Lennon en George Harrison en het ’Let It Be’ album te producen.

“Om het maar eens ronduit te zeggen, niemand heeft ooit grotere veranderingen doorgevoerd in de manier waarop de rockindustrie eruitzag, hoe die zich voelde, hoe die zich gedroeg ... Stel je de kracht en het zelfvertrouwen voor die het moet hebben gekost ”, schreef auteur Nik Cohn in 1969 na een tijd met Spector te hebben doorgebracht.
Spector werd door vrienden geprezen om zijn humor, zijn passie en zijn intelligentie, maar hij werd ook al vroeg gezien als een complexe en onrustige man. In een interview met journalist Mick Brown, minder dan twee maanden voor de moord op Clarkson, sprak Spector over psychologische problemen, waarbij hij zei dat hij medicijnen voor schizofrenie gebruikte en zichzelf als manisch depressief beschreef. Hij zei dat hij "duivels" in zich had.
"
Mensen vertellen me dat ze me verafgoden, dat ze willen zijn zoals ik, maar ik zeg ze dat je mijn leven niet wilt," zei Spector. "Ik ben een erg gekwelde ziel geweest. Ik heb geen vrede gehad. Ik ben nooit blij geweest. "

Harvey Philip Spector werd geboren op 26 december 1939 in de Bronx. Zijn vader, Benjamin, een metaalwerker, pleegde zelfmoord toen zijn zoon 9 was, en drie jaar later verhuisde zijn moeder, Bertha, naar een appartement in het Fairfax District in Los Angeles met Spector en zijn oudere zus, Shirley.
Ziekelijk en tenger gebouwd, was Spector een sociaal buitenbeentje tijdens zijn eerste jaren op Fairfax High School, en thuis had hij een rumoerige relatie met zijn moeder en zijn zus, die later in een psychiatrische inrichting werd opgenomen.
De drie kibbelden constant en gaven elkaar vaak de schuld van Benjamins zelfmoord. Bertha was heersend en beschermend en ontmoedigde haar zoon om vrienden te hebben en uit te gaan. Later zat ze tijdens zijn opnamesessies vaak in de studiolounge met een broodje voor hem, maar hij negeerde haar aanwezigheid.
Spector, een natuurlijke muzikant, voelde zich op zijn gemak met accordeon, hoorn en gitaar en speelde op feestjes en dansen met klasgenoten en andere vrienden.

Hij benaderde de eigenaren van Gold Star, een kleine opnamestudio op de hoek van Santa Monica Boulevard en Vine Street in Hollywood, en betaalde om een ​​origineel nummer op te nemen met enkele Fairfax-vrienden en een jonger lid van hun kring, zangeres Annette Kleinbard.
Dit groepje, de Teddy Bears, sloot zich aan bij het kleine label Dore Records en nam ’To Know Him Is to Love Him’ ​​op, een sfeervolle, melancholische ballade geschreven door Spector zelf. De emotie van de titel ging voor Spector verder dan voor de meeste tienerfans van de plaat. Hij had de titel overgenomen van de inscriptie op het graf van zijn vader: 'Hem kennen was van hem houden.' Het had even tijd nodig, maar in 1958 stond de song op de eerste plaats in alle hitlijsten, met een omzet van meer dan 1 miljoen exemplaren.
De Teddy Bears verdwenen al snel uit beeld en Spector, vastbesloten om zich te geheel te richten op het produceren van popmuziek, sloot een contract bij de gevestigde platenbaas Lester Sill, die hem vervolgens naar New York stuurde.

Daar maakte Spector belangrijke afspraken met figuren als uitgevers en andere platen bonzen zoals de oprichter van Atlantic, de uitgever Don Kirshner en veel van de songwriters die hem later van hitmateriaal zouden voorzien, zoals de teams van Carole King en Gerry Goffin, Barry Mann en Cynthia Weil en Jeff Barry en Ellie Greenwich.
Spector produceerde drie Top 10-hits: 'Corrine, Corrina' van Ray Peterson, 'Every Breath I Take' van Gene Pitney en 'I Love How You Love Me' van de Paris Sisters, en in 1961 richtten hij en Sill Philles Records op, een bedrijf om de partners volledige creatieve controle en distributie-onafhankelijkheid te geven.
Hun eerste contract was de Crystals, een vocaal kwintet uit Brooklyn met Philles-hits als 'There’s No Other (Like My Baby)' en 'Uptown'.
“He’s a Rebel", werd Spectors eerste nummer 1-plaat bij Philles. Het werd op de plaat weliswaar toegeschreven aan de Crystals, maar eigenlijk was het een drietal zangeressen uit Los Angeles die daar bekend stonden als The Blossoms. Deze truc illustreerde waar het Phil Spector eigenlijk om ging: de song en de productie waren belangrijker dan de artiesten.

Tijdens zijn reeks hits uit 1962 verbeterde Spector zijn legendarische ’Wall of Sound’-methode. Tot wel een half dozijn gitaren tokkelde tegelijk dezelfde akkoorden. Vervolgens kwamen er wel drie of meer piano’s bij. In de kleine Gold Star-studio ’blurden’ die instrumenten samen, tot het allemaal zo vet klonk dat de hoorn- en snaararrangementen bijna onhoorbaar werden in die grote geluidsmassa.
Een stevige drumbeat en een dramatische hoop castagnetten, klokkenspel, maracas - alles droeg bij aan het majestueuze van de sound, maar Spector was wel degelijk in staat om de focus te houden op teksten van jeugdige liefdes en verlangens, gezongen met soulvolle ijver door zijn inwisselbare vocalisten, waaronder de Crystals, Barbara Alston en LaLa Brooks, de Blossoms met Darlene Wright (later Darlene Love) en de Ronettes met Veronica Bennett, beter bekend als Ronnie Spector. Hij koesterde een kern van studiomuzikanten die bekend werd als de Wrecking Crew. Velen van hen waren zeer gerespecteerde jazz- en sessiespelers en anders werden ze het wel. Onder de vaste klanten waren Don Randi, Glen Campbell, Leon Russell, Hal Blaine, Sonny Bono en de Oscarwinnende arrangeur Jack Nitzsche.
Als gedreven, veeleisende perfectionist leidde Spector sessies die deels feest, deels uithoudingsvermogen, deels psychodrama waren. Hij nam de banden vaak mee naar huis om daar wekenlang aan het mengproces werken.

De plaat die vaak wordt beschouwd als het eerste meesterwerk van Spector, was 'Be My Baby' uit 1963 van de Ronettes, een trio uit New York waarvan de leadzangeres Victoria Bennett Phil enorm fascineerde.
Spector kocht zijn zakenpartner Sill in 1962 uit om de enige eigenaar van Philles te worden. In zes jaar tijd was hij van onbetekenend jochie op de middelbare school gestegen naar de allergrootste naam in de popmuziek.
Spector genoot van zijn beroemdheid, kleedde zich flamboyant, pronkte met zijn succes en genoot van openbare confrontaties. Hij dolde wat met de Beatles en de Rolling Stones in Londen, omringde zich met lijfwachten en was het onderwerp van een van Tom Wolfe's eerste stukken, 'The First Tycoon of Teen', een portret van jeugdige excessen.

De zaken liepen commercieel voor Philles steeds minder in 1964, maar Spector kwam keihard terug met een blank soulzangduo uit Orange County genaamd de Righteous Brothers. Hun epische klaagzang ’You’ve Lost That Lovin’ Feelin’ bereikte begin 1965 nummer 1 en werd uiteindelijk uitgeroepen tot het meest gespeelde nummer ooit in de geschiedenis van de radio.

Nog drie hits van Righteous Brothers leidden Spector naar zijn hoogtepunt in de jaren '60, een plaat waarvan de ambitie en grootsheid zijn artistieke erfenis versterkten, maar waarvan de commerciële mislukking hem in afzondering dreef.

In het nummer "River Deep - Mountain High" van Ike & Tina Turners was zangeres Tina Turner bereid om zich te onderwerpen aan Spector’s meest sierlijke en onstuimige productie, en ze rdeed dat met een felle, uitzinnige uitvoering. Die eigenzinnige plaat bracht zijn sound over de hele wereld, maar toen het in 1966 op nummer 86 op de Amerikaanse kaart bleef steken, vertrok Spector teleurgesteld. Zijn bedrijf Philles bloedde dood en eigenaar Phil trok zich terug in zijn Alhambra-achtig herenhuis in Beverly Hills.
Spector werd in 1966 hard getroffen door de dood (overdosis) van de controversiële komiek Lenny Bruce, een goede vriend en zijn artistieke held. Hij snuffelde even aan de filmwereld en diende kort als producent van de mislukte "The Last Movie" van zijn vriend Dennis Hopper. Later verscheen hij als cocaïnehandelaar met Hopper en Peter Fonda in "Easy Rider".
Na zijn scheiding trouwde Spector in 1968 met Victoria Bennett. Het was een turbulente relatie en de zangeres zou later vertellen dat ze praktisch een gevangene in hun huis was, slechtoffer van misbruik en bedreigingen door haar snel aangebrande echtgenoot. Het echtpaar scheidde in 1974. Spector, een bekende geheelonthouder tijdens zijn vroege carrière, begon zwaar te drinken.

Uiteindelijk keerde hij terug naar de muziek en produceerde John Lennons single 'Instant Karma' uit 1970, waarna hij zich bij de Beatles aanmeldde om de muziek te redden die de Beatles hadden opgenomen voor hun laatste LP.
De songs waren al klaar toen ze al op het punt stonden om uit elkaar te gaan en Spector knipte, splitste en verbeterde de opnames door strings en blazers aan verschillende nummers toe te voegen. Zijn weelderige orkestratie op "The Long and Winding Road" werd niet door alle Beatles gewaardeerd. Paul McCartney had er een hekel aan en de recensies waren gemengd, maar de song werd een nummer 1 hit en de LP 'Let It Be' stond wel bovenaan alle hitlijsten.
Spector bleef in Londen en produceerde de eerste twee soloalbums van Lennon, evenals George Harrisons 'All Things Must Pass' en het Grammy-winnende 'The Concert for Bangladesh'. Maar inmiddels was Spector niet langer de ster in de studio. Hoewel er kenmerkende Spector-accenten waren, vooral in Harrisons debuut, stemde hij zijn techniek af op de muziek en liet hij zijn bekende vette geluid voor wat het was op John Lennon’s 'Plastic Ono Band' en 'Imagine'.

Terug in Los Angeles nam Spector de op zich van Lennons album “Rock 'n 'Roll', dat daardoor veranderde in een chaotisch, door alcohol beinvloed fiasco dat bovendien berucht werd omdat Spector een pistool afvuurde op het plafond van de studio.

Spector sloot halverwege de jaren '70 een samenwerking met
Warner Bros. Records en werkte samen met Cher, Darlene Love en Dion DiMucci. Meer in het bijzonder produceerde hij Leonard Cohens 'Death of a Ladies Man', de rauwe, omstreden sessies die een wonderlijk hybride opleverden van Cohens dichterlijke pop en Spectors bombast.
Zijn laatste volledige albumproductie was de Ramones 'uitgave uit 1980,' End of the Century '. Hij trok zich toen weer terug.
In zijn eerste formele interview na 14 jaar in 1991 vertelde Spector over zijn gekozen afzondering en zijn pogingen om in die late jaren jaren 80 weer wat zichtbaar te worden
"Ik moest een focus krijgen", zei hij tegen The Times. "Lange tijd wist ik gewoon niet hoe ik mijn leven wilde doorbrengen ... Het was kort nadat Elvis en John Lennon dood waren... en er was al die disco, en je verliest gewoon een beetje je belangstelling voor een tijdje…”
"Ik zei gewoon:‘ Ik ga dit veranderen. Want als ik echt een genie ben, zou ik in ieder geval dàt moeten kunnen”. '

Spectors terugkeer begon voorzichtig, toen hij verscheen op een Nashville-ceremonie in 1988 ter ere van 'To Know Him Is to Love Him', waarvan de opname door Emmylou Harris, Linda Ronstadt en Dolly Parton werd uitgeroepen tot BMI's nummer van het jaar.
In 1989 werd hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en stelde hij "Back to Mono" samen, een bundel van zijn opnames die in 1991 uitkwam.

Hoewel hij diep getroffen was door de dood van zijn 10-jarige zoon Phillip Jr. aan leukemie, leek Spector weer sociaal extravert, zonder zijn lijfwachten en confronterende houding die zijn uitstapjes in het openbaar als jongere man hadden gekenmerkt. Hij begon met het organiseren van een jaarlijks feest op een ouderwetse bowlingbaan in de buitenwijken van Montrose, en hield regelmatig een rechtbank in zijn huis met vrienden.

Maar alles werd weer donker in de nacht van 2 februari 2003 toen Spector in West Hollywood en Beverly Hills de stad in ging. Getuigen herinnerden zich later dat Spector had gedronken toen hij van kroeg naar kroeg trok.
Hij sloot de avond af in het House of Blues op de Sunset Strip, waar Clarkson als gastvrouw werkte. Tegen sluitingstijd hielp ze hem naar zijn auto en na enige overreding stemde ze ermee in hem na haar dienst naar zijn huis te vergezellen.
Op weg naar het kasteelachtige landgoed van Spector, vertelde Clarkson de chauffeur van de auto, dat ze van plan was te vertrekken na een drankje.
De chauffeur zat in de auto op de oprit van het landgoed te wachten toen hij om ongeveer 05.00 uur een knal uit het huis hoorde.Volgens zijn getuigenis kwam Spector uit het huis met een pistool in zijn hand. '
Ik geloof dat ik iemand heb vermoord,' zei hij.

Toen de politie van L.A. County arriveerde, moest Spector in bedwang worden gehouden met een Taser. "Niemand pakt mij mijn pistool af", zou hij geroepen hebben
Clarksons lichaam lag languit in een stoel in de hal, haar tas om haar schouder. Ze was in de mond geschoten. Spector werd vast gezet op verdenking van moord en vrijgelaten op borgtocht van 1 miljoen dollar.
Volgens een getuigenis voor een grand jury in Los Angeles County vertelde Spector de politie dat hij de actrice 'per ongeluk' had neergeschoten, maar later veranderde hij zijn verhaal en zei dat ze zelfmoord had gepleegd.
Clarkson was in kleine rollen verschenen in televisieseries, waaronder 'Three’s Company', 'Night Court' en 'The A Team', en was een cultheldin na het spelen van de titelrol in het avontuur 'Barbarian Queen' uit 1985.

Tijdens het proces van Spector wegens doodslag in april 2007 voerde zijn advocaat aan dat Clarkson over de stand van haar carrière wat moedeloos was en dat haar dood een beetje ’per ongeluk zelfmoord' was.
Aanklagers bestreden dat en benadrukten Spectors geschiedenis van het bedreigen van vrouwen met wapens, maar de jury werd het niet eens. In 2008 werd een tweede proces geopend en deze keer werd Spector veroordeeld. Op 30 mei 2009 kreeg hij een levenslange gevangenisstraf, met recht op voorwaardelijke vrijlating in 2028. Hij was toen 69.
Vier maanden na zijn veroordeling kondigden Sony Music Entertainment en EMI Music Publishing een licentieovereenkomst aan om platen uit de Philles-catalogus opnieuw uit te geven via Sony's Legacy Recordings.
Maar ondanks die heropleving wist Spector maar al te goed dat een slecht einde een revolutionair oeuvre kan overschaduwen.

“Ik wil geen Elvis of Lenny Bruce zijn'', zei hij begin jaren negentig in een interview. “Wat Denk je dat mensen zich zullen herinneren? Hun genialiteit? of de manier waarop ze stierven op de badkamervloer?”